Een startkwalificatie is geen garantie voor duurzaam werk

apr 14, 2026

In beleid spreken we vaak over startkwalificaties alsof ze een soort vaccin zijn tegen uitval. Diploma gehaald? Dan komt het goed. De praktijk laat iets anders zien.

Een groeiende groep jongeren met een startkwalificatie vindt geen duurzame aansluiting op de arbeidsmarkt. Ze hebben het papier, maar niet het netwerk. Ze hebben het diploma, maar geen passende plek. Ze komen kort in dienst, vallen weer uit, verdwijnen tijdelijk uit beeld. Formeel zijn ze “geslaagd”. Feitelijk zijn ze zoekend.

Waarom gebeurt dit?


Ten eerste omdat de arbeidsmarkt sneller verandert dan het onderwijs. Werkgevers zoeken steeds vaker vaardigheden, aanpassingsvermogen en netwerktoegang. Niet alleen een diploma.

Ten tweede omdat nazorg vaak ontbreekt. De begeleiding stopt bij diplomering, terwijl juist de eerste maanden in werk cruciaal zijn. De overgang van school naar werk is geen moment, maar een fase.

Ten derde omdat sommige jongeren wel een kwalificatie hebben, maar tegelijkertijd kampen met andere factoren: schulden, mentale druk, beperkte sociale steun. Een diploma compenseert die realiteit niet automatisch.

De Wet van School naar Duurzaam Werk erkent deze kwetsbaarheid. Maar uitvoering vraagt meer dan erkenning. Het vraagt samenwerking tussen onderwijs, Werk & Inkomen en werkgevers die verder gaat dan overdracht.

Binnen Leave No Youngster Behind zien we in regionale living labs dat duurzame plaatsing toeneemt wanneer:

  • begeleiding doorloopt na diplomering;
  • werkgevers actief worden betrokken in de overgangsfase;
  • professionals ruimte krijgen om maatwerk te leveren.

Dit betekent niet dat het systeem faalt. Het betekent dat het systeem moet meebewegen.

Een startkwalificatie is belangrijk. Maar duurzaam werk vraagt meer dan een diploma. Het vraagt verbinding, begeleiding en professionele ruimte.